Met enige regelmaat krijgen we gelukkig foto’s van u toegestuurd ter verrijking van ons fotoarchief. Elke aanwinst is van harte welkom, want een bijdrage tot ons streven om de geschiedenis van Langedijk beter in kaart te brengen. Eind vorig jaar kreeg ik door tussenkomst van Helen Langendijk-Berkhout onderstaande foto van oud-Langedijker Paul Moeyes.

Afbeelding 1. De foto

Afbeelding 1. De foto

Op de foto staat te midden van een groepje mensen zijn betovergrootvader Frederik Moeijes als de molenaar van de afgebeelde molen. Paul wilde graag weten welke molen het betrof en waar die staat of stond. Helen Langedijk had zelf al wat naspeuringen gedaan en suggereerde dat het misschien zou gaan om één van de poldermolens op de Oosterdijk in Oudkarspel. Van overgrootvader Frederik, geboren in 1838 te Hoogwoud en overleden in 1914 te Zuid-Scharwoude, was bekend dat hij een deel van zijn leven watermolenaar was in Oudkarspel. Tot zover de summiere gegevens voor een zoektocht naar de afgebeelde molen. Een leuke puzzel.

De zoektocht
Ik kende de foto, we hebben hem ook in het archief. Met een aantal medebestuursleden had ik er al eens eerder vruchteloos naar zitten kijken. Molens laten zich, als je er niet al te veel van weet, moeilijk lokaliseren en typeren. En omdat de bebouwing op de achtergrond ook niet direct specifieke kenmerken toont had ik de foto destijds maar weer terzijde gelegd. Nu was er echter een gegronde aanleiding om er weer eens goed naar te gaan kijken.

De suggestie dat het één van de molens op de Oosterdijk in Oudkarspel zou zijn kon wel direct terzijde worden geschoven. We hadden vorig jaar net de tentoonstelling “Hoog water, droge voeten” in het Regthuis achter de rug en in dat verband hebben we uitgebreid aandacht besteed aan alle molens op de Oosterdijk, die voor de bemaling van het Geestmerambacht moesten zorgdragen, uiteraard ook die in Oudkarspel.

Afbeelding 2. De locaties van de drie molens in Oudkarspel op de Oosterdijk

Afbeelding 2. De locaties van de drie molens in Oudkarspel op de Oosterdijk

Er waren drie molens in Oudkarspel voor de bemaling van het Geestmerambacht, alfabetisch gerangschikt I t/m L (de letter J werd niet gebruikt). Molen I stond in de Dorpsstraat bij de overhaal en de molens K en L stonden op de Ambachtsdijk. Molen K, de Trompersmolen, was een wipmolen. De molens I en L, waren wel van gezochte type, namelijk grondzeilers, maar komen gezien hun ligging en oriëntatie ten opzichte van de bebouwing op de achtergrond ook niet in aanmerking.

Binnen het Geestmerambacht waren/zijn ook nog wel een aantal molens voor de bemaling van de kleinere polders. Echter ook die komen niet in aanmerking gelet op hun situering en de bebouwing op de achtergrond. Raadpleging van de “Molendatabase van Verdwenen Molens” bracht mij ook niet verder.

Afbeelding 3. Reconstructie van de kadasterkaart Koogpolder sectie D uit 1832 (© Marianne Teunis)

Afbeelding 3. Reconstructie van de kadasterkaart Koogpolder sectie D uit 1832 (© Marianne Teunis)

Wanneer het gaat om vraagstukken over het Geestmerambacht dan ben je bij de Stichting C.O.O.G. aan het goede adres. Van alle dorpen in het ambacht, één nog te verschijnen boek uitgezonderd, hebben zij de veldnamen in de loop van meer dan vier eeuwen in kaart gebracht en gekoppeld aan de kadastrale gegevens. Dus aanleiding om Marianne Teunis te raadplegen. In eerste instantie kwam zij ook niet veel verder dan de constatering dat Freek Moeijes te boek stond als “watermolenaar in Oudkarspel”. In genoemde molendatabase was de naam “Moeijes” in het geheel niet terug te vinden.

De vermelding in de genealogische bronnen dat zoon Gerbrand “watermolenaar op de bleekmeerpoldermolen” was bracht het vermoeden naar boven dat genoemde molen weleens de gezochte zou kunnen zijn. Op de kaart van de situatie in 1832 in het C.O.O.G.-boek “Oudkarspel” staat deze molen op een stuk land aangeduid als D219, zie afbeelding 3.
Dit betekende dat ik aanvankelijk verkeerd zocht. Het blijkt dat deze locatie in 1832, maar ook nog rond 1900, tot de gemeente Oudkarspel behoorde, terwijl dit gebied nu in de gemeente Schagen, Waarland, ligt. Dit gegeven zette me bij het zoeken aanvankelijk op het verkeerde been.

Uitgaande van deze veronderstelling staat de molen op de foto dan op de Noorder kade van de Middenkoogpolder en de fotograaf op de dijk van de Bleekmeer. Hij maakt de foto dan in de richting ongeveer loodrecht op de bebouwing van Oudkarspel. Dus in de richting van de overtoom, bij molen I, zo deze destijds nog bestond want hij werd in 1902 afgebroken. Zo ja, dan vallen beide op de foto weg achter de molen.

Afbeelding 4. De sluis met de nieuwe beweegbare brug in de Dorpsstraat in 1923

Afbeelding 4. De sluis met de nieuwe beweegbare brug in de Dorpsstraat in 1923

Met dit in het achterhoofd herinnerde ik me een foto in ons archief waarop sluis en molen beiden staan afgebeeld. Het betreft een foto bij de ingebruikname van de nieuwe beweegbare brug in de Dorpsstraat in 1923. De molen staat uiterst links op de foto van afbeelding 3. De foto is naar het Oostengenomen en het is goed waarneembaar dat de molen vrijwel in het verlengde ligt van de oriëntatierichting van de sluis.

Analyse van de bebouwing op de achtergrond van de molenfoto
Als bovenstaande juist is zou de bebouwing aan de Dorpsstraat ten noorden en zuiden van de sluis enigszins herkenbaar moeten zijn. Foto’s uit die tijd waaruit dat zou blijken zijn in het archief niet aanwezig. Ik was aangewezen op foto’s uit de serie “Fotoherkenning Langedijk Zomer 1967”. Deze serie (ook op onze website te bekijken), waarop vrijwel alle woningen in de gehele gemeente zijn afgebeeld, heeft de gemeente destijds laten maken.

De bebouwing links naast de foto geeft zo op het oog meer aanknopingspunten, dan de bebouwing rechts. Op onderstaande detailfoto in afbeelding 5 heb ik de herkenbare huizen voor de duidelijkheid van een letter voorzien.

Afbeelding 5. Detail van de molenfoto met de bebouwing links van de molen.

Afbeelding 5. Detail van de molenfoto met de bebouwing links van de molen.

Afbeelding 6.

Afbeelding 6.

Afbeelding 8.

Afbeelding 8.

Afbeelding 7.

Afbeelding 7.

Ik meen dan huis a te herkennen met de woning a op afbeelding 6, gezien de oriëntatierichting ten opzichte van de Dorpsstraat. Deze foto is in zuidelijke richting genomen vanaf de sluisbrug. Op de volgende foto, afbeelding 7, herkennen we woning b achter de brug naar de Engelenburg en de schuur met de gebroken kap achter woning a. Op de foto in afbeelding 8 zien we aan de Oostkant van de Dorpsstraat een drietal stolpboerderijen.

De achterste en grootste is hier de bejaardenwoning “Buiten Zorg”, voordien was deze stolp het polderhuis. Deze drie stolpen zijn te herkennen op de detailfoto van afbeelding 5. De stolp uiterst links op deze foto aangeduid met de letter c zou dan het polderhuis kunnen zijn. Tot zover de bebouwing links van de molen en dus ten zuiden van de sluis. Nu naar de andere kant.

een aantal markante stolpboerderijen aan de Dorpsstraat. We hebben in het archief echter geen foto’s die herkenningspunten opleveren. Ook niet in de serie van 1967.
Dus bleef de vraag over of momenteel, vanuit het standpunt van de fotograaf destijds, misschien nog iets te herkennen zou zijn van de contouren van de bebouwing. Om dat te onderzoeken heb ik een foto genomen vanaf de Diepgatweg in Waarland van dit gedeelte van Oudkarspel.Ongeveer in de richting zoals de fotograafde molenfoto maakte.
Het is echterniet goedmogelijk om de positie van de fotograaf van toen in te nemen, aangezien het gebied is verkaveld en alle landschapselementen van toen rigoureus zijn uitgewist. Wel zijn de coördinaten van de molenstandplaats bekend, zodat bijvoorbeeld met Google Earth nagegaan kan worden waar de molen oorspronkelijk gestaan moet hebben.

Afbeelding 9. Plaatje van Google Earth met de aanduiding van de locatie van de molen

Afbeelding 9. Plaatje van Google Earth met de aanduiding van de locatie van de molen

Vergelijken we mijn foto met het betreffende detail van de molenfoto, dan valt op dat na ruim een eeuw toch nog heel veel herkenbaar is in het profiel. De in beide opnamen gelijk geduide stolpen zijn duidelijk herkenbaar. De bebouwing tussen de stolpen vertoont ook nog verrassend veel overeenkomsten. Alleen de stolp uiterst rechts is er niet meer, zoals inmiddels zovele stolpen uit het dorpsbeeld zijn verdwenen.

Afbeelding 10. Detail van de molenfoto met de bebouwing rechts van de molen

Afbeelding 10. Detail van de molenfoto met de bebouwing rechts van de molen

 

Afbeelding 11. Mijn opname met globaal hetzelfde gedeelte van de bebouwing aan de Dorpsstraat.

Afbeelding 11. Mijn opname met globaal hetzelfde gedeelte van de bebouwing aan de Dorpsstraat.

Op grond van bovenstaande kunnen we veilig stellen dat we de gezochte molen hebben gevonden. Blijft nog de vraag wanneer de foto zal zijn genomen. Frederik Moeijes overleed in 1914 dus moet de foto van voor die tijd zijn. Op afbeelding 5, de detailfoto van de bebouwing links van de molen zijn tussen het huis a en de molen de contouren van enige huizen zichtbaar. Wanneer dit huizen zouden zijn van de Engelenburg dan is de foto na 1907 genomen. Volgens het boek “Oudkarspel” van de C.O.O.G, is de Engelenburg pas na 1907 bebouwd. Dus laten we voorlopig maar aannemen dat de foto van rond 1910 is.

De Koog- en Bleekmeerpoldermolen
Frederik Moeijes zal tussen 1877 en 1880 als watermolenaar op de bewuste molen zijn gekomen. De molen bemaalde vanaf 1834 zowel de Koog- als de Bleekmeerpolder. Beide polders waren gescheiden door de Ganssloot, die deel uitmaakte van de Raaksmaatboezem. Door een duiker onder dit water waren beide polders met elkaar verbonden en vormden zodoende een waterschap. Beide polders stonden vanaf toen tevens onder hetzelfde bestuur en vanaf 1864 werden beide polders ook administratief als één polder (149 ha) beschouwd. Op de topografische kaart van 1880 staat een stoomgemaal in de Bleekmeerpolder aangegeven, zodat toen de bemaling wellicht in tegengestelde richting door de grondduiker zal hebben plaatsgevonden. In hoeverre Frederik in het dagelijks leven met e.e.a. belast was is niet bekend. In 1936 wordt een motorgemaal vermeld, met een ruwoliemotor van 30 pk met vijzel. De molen van de Koogpolder was toen ook nog in bedrijf. Een jaar later verbrandt de molen.
Volgens de molendatabase dateert de molen van voor 1565. Op de kaart van Adriaan Anthonisz. uit 1567 staat de molen dan ook vermeld. In de 17e eeuw is de molen eigendom van het Vrouwengasthuis in Alkmaar en in 1832 is de molen met erf en huis eigendom van de ingelanden. In 1913 wordt de molen aangeduid als de molen van IJze Koster.

Moeijes, een familie van molenaars

Afbeelding 12. Detail van de molenfoto

Afbeelding 12. Detail van de molenfoto

Frederik Moeijes, midden op de molenfoto, met pijp, is in 1838 in Hoogwoud geboren en in 1861 aldaar met Aafje Harder getrouwd. Aafje is de vierde van links op de molenfoto. Zij krijgen acht kinderen, achtereenvolgens: Cornelis, Jacob, Arien, Grietje, Pieter, Jan, Frederik en Gerbrand. Alleen de jongste, Gerbrand, is in 1880 in Oudkarspel geboren. Alle andere kinderen zijn nog in Hoogwoud geboren. Frederik, de voorlaatste in 1877, zodat veilig kan worden aangenomen dat vader Frederik tussen 1877 en 1880 als watermolenaar van de Koog- en Bleekermeerpolder zal zijn aangenomen.

Hoewel we niet alle familietakken verder zullen volgen is in dit verband toch vermeldenswaard dat alle mannelijke kinderen, behalve Frederik, in de genealogische bronnen genoemd worden als watermolenaars. Van Cornelis en Pieter wordt niet vermeld waar en op welke molen, Jacob op molen A aan de Twuijverweg in Sint-Pancras en Arien op een niet nader genoemde molen op de Oosterdijk in Zuid-Scharwoude. Jan wordt genoemd als watermolenaar op de wipmolen aan de Langebalk te Zuid-Scharwoude. Jan trouwt in 1899 met Neeltje Hart, dochter van Klaas Hart en Antje Zee. Ik vermoed dat rond die tijd Jan het molenaarschap van zijn schoonvader overneemt. De mooie wipmolen stond namelijk lange tijd bekend als de “Kotmolen van Hart”. Zoon Frederik kiest als enige een ander beroep en wordt koster van de N.H.-kerk in Oudkarspel (nu de Allemanskerk). Overigens, dochter Grietje huwt met Jacob van Schagen, en u raadt het al, ook een watermolenaar.

De jongste zoon Gerbrand, vijfde van links op de foto, is vermoedelijk de opvolger van zijn vader op de Koog- en Bleekmeerpoldermolen. In 1904, wanneer hij Nantje Liefhebber uit Heerhugowaard huwt, staat hij namelijk als zodanig te boek, terwijl vader Frederik dan als tuinder wordt aangeduid. In de molendatabase staat vermeld dat de Bleekmeerpodermolen in 1913 de molen is van “IJze Koster”, terwijl Gerbrand bij de geboorte van zijn jongste zoon Jan in 1915 nog steeds als watermolenaar wordt aangeduid. Het is mij onbekend of Gerbrand dan nog steeds op deze molen dienst doet, of dat hij dan inmiddels elders aan de slag is. Later woont Gerbrand aan de Laanweg in Oudkarspel, waar hij in 1947 overlijdt.

Gerbrand en Nantje krijgen vier kinderen, waarvan de oudste en de jongste zoons zijn. De oudste is Frederik en de jongste is Jan. Frederik (Freek) is eerst tuinder en werkt later op de houthandel van Eecen. Uit het huwelijk van Freek en Elisabeth de Jong stamt één zoon: Gerbrand. Deze Gerbrand is gehuwd geweest met mijn nicht Els Lem. Hij woont nu gescheiden in Noord-Scharwoude. Een grappige bijkomstigheid is nog dat Gerbrand en Els na hun trouwen tijdelijk op Dorpsstraat 933 hebben gewoond, het kenmerkende huisje parallel aan de straat (aangeduid met een “a” op afbeelding 5).

Jongste zoon Jan trouwt met Marie Bos, dochter van Jan Bos en Trijntje Kuin. Bij de geboorte van Marie is vader Jan Bos molenaar in de Rijp, later molenaar op molen D (de molen van Swaantje) op de Oosterdijk in Broek op Langedijk. Nog weer later treedt Jan Bos in dienst bij zijn broer Gert Bos, die de meelmolen Fortuin aan het einde van de Molenkade in Noord-Scharwoude dreef.

Jan Moeijes treedt niet in de voetsporen van zijn voorvaderen, hij wordt aannemer, werkte tijdelijk als bedrijfsleider bij de EZO-keukens op de houthandel van Eecen. Echter de “bemoeienis” van de “Moeijessen” met molens is hiermee nog niet ten einde gekomen. Dochter Nanny, van Jan en Marie is momenteel “molenaar in opleiding”. De appel valt ook in dit verband niet ver van de boom.

Hoe zit het nu met de familiebanden van de “leverancier” van de foto, Paul Moeyes, zult u vragen. Dan moeten we weer even terug naar Frederik en Aafje. Hun zoon Jacob, tweede in de rij van acht kinderen, bracht een zoon voort, ook weer Frederik genaamd. Deze Freek dreef aanvankelijk een manufacturierszaak op de Luizeknip, later een naaimachinehandel tegenover Kayer aan de Dorpsstraat in Oudkarspel. Oud-Oudkarspelaars zullen zich dat nog wel herinneren. Deze Freek is de opa van Paul.
De hierboven genoemde gegevens over de familie Moeijes heb ik ontleend aan de genealogische informatie die ik kreeg van Gerbrand Moeijes, oudste zoon van Jan en Marie.

Tot slot
Gezien het feit dat de familie Moeijes in meerdere generaties molenaars kende op meerdere molens in de regio is het verwonderlijk dat deze naam volledig onbekend was in de molendatabase. De genealogische bronnen brachten uitkomst. Dit heeft er dan mede toe geleid dat de hoogst interessante website van “de Molendatabase van Verdwenen Molens” nu met enkele gegevens en een mooie foto is verrijkt.
Blijft tenslotte nog de vraag, wie al die andere personen zijn die op de foto staan.

Artikel is eerder geplaatst in het blad “Van Otterplaat tot Groenveldsweid”, een uitgave van Stichting Langerdijker Verleden. (Langerdijks Verleden)