Restauratie korenmolen wordt groots aangepakt.

Als er wind stond, kon je ’m op zaterdag fier zien draaien: de Jan van Cuijk. Menig fietser stapt er dan even af om de draaien van de wieken, van de opvallend witte verschijning, een tijdje te volgen.

Jammer genoeg moesten de vrijwillige molenaars Johan Reijnders (66) en Stefan Willems (48) de molen enkele maanden geleden aan de ketting leggen. Het werd tijd voor een grote beurt. Naar ruim 4 jaar voorbereiding, vergaderen, bestekken schrijven, vergunningen aanvragen en niet het onbelangrijkste de financiële middelen bij elkaar brengen. Is afgelopen december het startschot gegeven op het gemeentehuis van Cuijk in aanwezigheid van beide molenaars, Adviesbureau Groen, Molenmaker Beijk en de beide verantwoordelijke ambtenaren Arts en Scheepens.

De Cuijkse, of eigenlijk Sint Agathase molen want op dat grondgebied staat ie, staat een grote restauratie te wachten. Die is tijdens het komende voorjaar gepland.  Medio Februari is Beijk begonnen met de werkzaamheden op de molen.

Dankzij een bijdrage van de provincie Noord-Brabant, die 70 procent van de restauratiekosten betaalt, en de gemeente, eigenaresse van de uit 1860 stammende molen, die de overige 30 procent voor haar rekening nam , kon Max Beijk met zijn personeel aan de slag. Molenaar Stefan Willems schat dat de restauratie uiteindelijk tussen de 2 en de 2,5 ton gaat kosten.

Zes jaar geleden ging de Jan van Cuijk ook al onder het mes. Toen zijn vooral het pakhuis in de belt en de buitenkant aangepakt. De groen uitgeslagen molenromp heeft toen, in het jaar dat de molen 150 jaar bestond, weer een prachtige witte jas gekregen.

De operatie die nu is gepland, richt zich vooral op de wieken, de kap, het kruiwerk, binnenwerk en de zolders.

Balkkoppen van bijna alle zolders zijn aangegoten met een expotie hars en daar waar nodig zijn de zoldervloeren vervangen. We gaan zoveel mogelijk oude materialen hergebruiken , om zo het authentieke te bewaren. De beide beltdeuren zijn ondertussen vervangen. De eerste week van maart is begonnen met het zware werk. Met behulp van de onlangs aangeschafte mobile kraan van de molenbouwer is het hekwerk van het gevlucht, de van busselneuzen, staart en schoren verwijderd.

Ook de roeden, zijn ondertussen verwijderd. Een ervan , een potroede uit 1884, bestaat uit ijzeren aan elkaar geklonken delen nadat ze gestraald wordt deze beoordeeld op de staat waarin deze verkeert . Vermoedelijk wordt deze echter niet vervangen, maar bij de Koppes groep in Nieuw Bergen gerestaureerd. Het beleid is om bij molenrestauraties zoveel mogelijk de originele constructies en materialen te handhaven.

Op Dinsdag 8 maart jongste leden is met behulp van een 120 tons telescoopkraan de kap van de molenromp afgenomen. Een spannend moment voor iedereen. De spruiten waaraan je normaal de hijsbanden aan zou bevestigen zijn dermate slecht dat de molenmaker het risico niet durfde te nemen om hieraan te hijsen. De banden werden bevestigd aan de voeghouten wat alles meer betrouwbaarder maakte. Het was even een lastige klus om de kap in balans te krijgen. Je weet immers nooit precies waar het zwaartepunt ligt. Maar rond 11 uur hing de bijna 10 ton wegende kap in de kraan. Voorzichtig werd deze op de klaar staande houten onderstopping geplaatst. Vervolgens is de complete kruivloer met rollenwagen en kuip gedemonteerd.

De molenkap is ondertussen onderworpen aan hete lucht behandelingen, verschillende constructief belangrijke onderdelen zijn aangetast door houtborende insecten. De firma Lagerwey uit Veenendaal heeft deze werkzaamheden uitgevoerd .

Wat staat er nog op de planning?
Er worden nog restauratiewerkzaamheden verricht aan onder andere de kruivloer, voeghouten, spruiten, rollenwagen en het metselwerk van de molenromp. De binnen- en buitenroede worden voorzien van het v. Bussel stroomlijnwieksysteem in aluminium, de beide molenaars hebben in de werkplaats van de Firma Beijk uitvoerig uitleg gekregen over de constructie en bouw wijze van de van Busselneuzen en zij hebben er ook alle vertrouwen in de juiste werking hiervan.

Uiteindelijk zal de molen weer fris opgeschilderd gaan worden in de bekende kenmerkende kleurstelling.

Naar verwachting zal de molen in de zomer van 2016 weer draai- en maalvaardig te zien zijn.

Geurt Franzen had onlangs een interview met beide molenaars voor dagblad de Gelderlander, wij willen jullie een passage hieruit niet onthouden.

„Je kunt wel alles door nieuw materiaal vervangen”, zegt vrijwillig molenaar Johan Reijnders. „Maar dan verlies je toch het karakteristieke van de molen. Aan de hand van oude balken en allerlei aanpassingen die in anderhalve eeuw zijn gedaan vertel je de geschiedenis van de molen. Dat zijn mooie verhalen voor de bezoekers.” Willems wijst op een grote balk die beschadigd is. „Het lijkt alsof daar een stuk is weggerot, maar dat is schade die granaten in de oorlog hebben veroorzaakt. In een andere balk zie je de scherven nog zitten. Dat is natuurlijk mooi om te laten zien aan bezoekers. Dus zo’n balk vervang je niet. Als die zwakker wordt, dan wordt die met een steunbeer versterkt.”

Op sommige plekken worden wel moderne materialen gebruikt. Willems: „Dat is voor de duurzaamheid. Om te voorkomen dat je al snel weer een aannemer moet laten komen. De metalen neuzen die je op de wieken ziet zitten bijvoorbeeld. Die worden straks van aluminium, ze worden lichter en ze gaan veel langer mee.”

De wieken worden ook vernieuwd en dat geldt ook voor een zoldervloer. Het stucwerk binnenin krijgt een beurt en dat geldt ook voor het schilderwerk binnen. De kap wordt ook rechtgezet, want in de loop van de tijd is die zo’n 6 centimeter verschoven. Dat bemoeilijkt nu het kruien, het op de wind zetten van de kap met de wieken.

„Ik denk dat als de molenbouwer over een half jaar hier zijn gereedschap inpakt, dat de molen er weer een jaar of vijftig tegen kan”, zegt Willems.

„Of wij ons tijdens de restauratie gaan vervelen? Echt niet”, zegt hij lachend. „Wij kunnen ons eindelijk eens zetten aan kleine onderhoudsklusjes die al die tijd zijn blijven liggen.”