In een archiefstuk uit 1326 lezen we dat er sprake is van een ‘molle opden mollecamp’ in Wateringen. Dat was een veel kleiner exemplaar dan de huidige molen. Een type als de standerdmolen zoals we die toen veel aantroffen. Ook elders stonden deze molens, zoals in Monster.

Foto 1 Korenmolen “De Windlust”.

Foto 1 Korenmolen “De Windlust”.

Daar werd in 1311 de molen in Monsterambacht geschonken door Heer Diederic (Dirc) van der Wale. Dirc kwam in 1317 te overlijden, hij was gehuwd met Vrouwe Maria uten Goye, weduwe van Heer Jan van der Wateringhe. In het eerste huwelijk was Maria derhalve getrouwd met haar volle neef, Jan van de Wateringhe, deze was een zoon van heer Gerard van de Wateringhe en van Machtelt van Teylinghen, een tante van Maria. Haar eigen moeder heette Margaretha van Teylinghen en was mogelijk zelfs de tweelingzus van Machtelt (zie ook in deze reeks het artikel over de Molen ‘De Vier Winden’ van 3 juni 2015).

Het geslacht van de Wateringhe stierf in de mannelijke lijn uit, met het overlijden van Aalbrecht in 1387. Zijn dochter Willeme, huwde ridder Gerard van Egmond, Baljuw van Kennemerland en Capiteijn van Stavoren. Na deze Gerard was zijn zoon Jan van Egmond nog heer van het slot in Wateringen, dat daar tot diep in de 15e eeuw heeft gestaan. Uit zijn huwelijk met Jenne Bastaard van Arkel wordt een dochter geboren, Willeme van Egmond van de Wateringhe, die weer in het huwelijk trad met Willem III van Naeltwijck, Ridder en Erfmaarschalk van Holland, Raad en Rentmeestergeneraal van Holland. Op deze wijze werden de Heren van Naeltwijck ook Heer van Wateringhe. Zij bewoonden het toenmalige Slot te Honselersdijk. Hun oudste kind was Heer Hendrik IV van Naeltwijck, evenals zijn vader Ridder, enz. enz. en gehuwd met Machteld van Raaphorst, het paar bleef kinderloos. Margaretha van der Marck erfde in 1544 o.a. de heerlijkheid van Wateringhe van haar broer.

Foto 2: Entree van de molen met gedenksteen boven de deur.

Foto 2: Entree van de molen met gedenksteen boven de deur.

Door vererving nieuwe eigenaren
Zij was gravin van Arenberg en een van de laatste telgen van het geslacht van Naeltwijck en zij huwde 3 jaar later met Jean de Ligne, die hierdoor graaf van Arenberg werd. De Wateringse molen ging in eigendom mee met de erfgenamen zoals hierboven beschreven. Bekend is dat ene Jan Adriaenszoon in 1561 molenaar was en pachtte de molen van de familie van Arenberg. Tijdens de tachtigjarige oorlog heeft men de molen onklaar moeten maken, dit om te voorkomen dat de Spanjaarden er zich zouden verschansen. De polders als o.a. de Wateringveldsepolder, kwamen als gevolg van het doorsteken van de dijken in Zuid Holland onder water te staan. De Graaf van Arenberg was toen stadhouder van Groningen en bevelhebber van de Spaanse troepen. Hij sneuvelde en zijn bezittingen werden door de Staten van Holland als straf geconfisqueerd, omdat hij in Spaanse dienst was gebleven. Na een bestand en teruggave van de bezittingen aan zoon Karel van Arenberg, besloot deze de Westlandse bezittingen te verkopen.

Fredrik Hendrik
Zo kwam in 1612 “de corenmolen van Wateringhe” met veel land in handen van Frederik Hendrik. Een rentmeester zorgde voor verpachting en onderhoud. Molenaars uit deze periode waren o.a. Thonis Corneliszoon 1612 tot 1617, Aelewijn Jacobszoon 1617 tot 1621, Jacob Janszoon 1621 tot 1628 en Jan Corneliszoon 1628 tot 1637. Vanaf 1638 zien we Antonij Ruijchrock gehuwd met Catharina de Vliegh tot 1660, gevolgd door zijn Wateringse achterneef Gijsbrecht janszoon Olsthoorn tot ca 1680. Ary Corneliszoon Starreveldt volgde hem op tot ca 1685, waarna Jan Willemszoon Overvest de molen voor 2 maal 5 jaar pachtte. In 1687 brak er een onderdeel van de molen tijdens harde wind en in overleg met rentmeester Willem Schoon, kreeg hij toestemming een en ander te laten repareren. In 1696 pachtte Cornelis Haselaar voor 3 maal 5 jaar, maar Cornelis overleed in 1710 en zijn weduwe met 3 jonge kinderen kreeg geen toestemming de pacht te verlengen. Na de dood van stadhouder Willem III, breekt een periode van onzekerheid aan. Het zogenaamde “Stadhouderloze Tijdperk” werd deze periode genoemd. Koning Frederik van Pruisen maakte als kleinzoon van Frederik Hendrik ook aanspraak op de bezittingen van de overleden Willem III. In 1712 kreeg hij veel ervan in handen, waaronder dus ook de Wateringse korenmolen.

Foto 3: Oude kaart uit het Kaartboek van het Leprooshuis van Delft uit 1646 gemeentearchief Delft

Foto 3: Oude kaart uit het Kaartboek van het Leprooshuis van Delft uit 1646 gemeentearchief Delft

De molen weer Oranje bezit
Deze periode duurde tot 1754 toen de moeder van Willem V, Anna van Hannover de bezittingen voor 705.000 gulden terugkocht. Tot de bezittingen behoorden o.a. ook het slot Honselersdijk. Eigenaar werd de vorst van Nassau. Uit deze periode zijn slechts 2 molenaars bekend Maarten Arienszoon Schenk van 1711 tot een onbekende datum en rond 1730 tot 1735 Jan Jacobszoon van der Willick, deze kwam door het plaatsen van een schutting in conflict met de schepenen van Wateringen.  Arnoldus van Rhijn 1719 -1777 pachtte de molen voor langere tijd. Hij was vanaf 1755 ook schepen van Wateringen. Vijf van zijn zoons werden molenaar in de wijde omgeving. Zo werd zoon Pieter van Rhijn molenaar op Wateringen en eveneens schepen van Wateringen. De Franse tijd 1795 tot 1813 breekt aan, Stadhouder prins Willem V vluchtte in 1795 naar Engeland. Goederen en eigendommen van de prins werden verbeurd verklaard en in beslag genomen en werden beheerd door de Domeinen. In 1805 werd de molen voor 400 gulden per jaar verpacht aan Dirk Hooijkaas uit Vlaardingen waar zijn vader korenmolenaar was geweest. Voor 120 gulden werd ook het molenhuis, schuur en erf gehuurd.

De molen te koop
In 1812 werd door Domeinen voor 8.320 gulden de molen te koop aangeboden. Huijbregt Persoon, een broodbakker uit Wateringen werd de nieuwe eigenaar. Nadat Huijbregt, gehuwd met Emerentia van der Juijst, in 1814 kwam te overlijden wordt nog steeds aangenomen dat Dirk Hooijkaas nog een aantal jaar molenaar bleef. Emerentia overleed in 1843 en hun twee zoons Cornelis en Martinus Persoon verdeelden in 1861 een erfenis van ca 37.800 gulden, stukken land enkele huizen en de korenmolen. Cornelis Pancratius Persoon 1802 -1878 huwde in 1828 met Clasina Ammerlaan 1805 -1877, hij was toen al jaren molenaar in Wateringen. De molen die er toen stond was een wipmolen.

Foto 4: Standerdmolen tekening wikipedia met uitleg

Foto 4: Standerdmolen tekening wikipedia met uitleg

voorbeeld-wipmolen-wikipediaWipmolens werden toen meer in polders gebruikt en minder als korenmolen. Twee dochters van Cornelis en Clasina huwden met zonen van burgemeester Petrus Martinus Hoek van Wateringen. Zijn vader Cornelis Hoek, geboren te Berkel, was ook al burgemeester, tijdens de Franse tijd werd hij in 1811 als Maire benoemd. Een andere zoon van deze burgemeester was de bekende tuinbouwvoorman Harry Hoek 1839 -1919 hij was gehuwd met Adriana Johanna de Kok. De Harry Hoekstraat in Wateringen werd naar hem genoemd. Clasina Catharina Persoon de jongste van de twee huwde in 1860 met Petrus Josephus Hoek 1838 -1902. Magdalena Persoon huwde in 1855 met Cornelis Petrus Hoek 1832 -1892, hij was toen boer en later ook burgemeester van Wateringen. Zijn opa, vader en hij werden dus allen burgemeester van Wateringen, iets unieks. Hij was waarschijnlijk ook voordat hij als burgemeester werd aangesteld, betrokken geweest bij de bouw van de nieuwe 28,5 meter hoge stellingmolen die Cornelis Persoon in 1869, op de plek van de oude molen, liet bouwen. In de sluitsteen boven de entree van de molen is dat nog duidelijk te lezen. Deze molen werd op de molens van Schiedam na, de hoogste van Nederland. Een brand in 1880 verwoestte de romp van de molen gedeeltelijk, maar was in 1882 weer volledig hersteld. De jongste zoon van Cornelis en Magdalena, Johannes David Theodorus (David) Hoek volgde zijn opa Cornelis Persoon op als molenaar van Windlust. Op 1 mei 1930 verkocht David de molen aan de Wateringer Cornelis Nicolaas (Kees) Bom. Kort daarna schaft Kees een dieselmotor aan om de molenstenen aan te drijven.

Eerder verschenen in “Het Hele Westland