WINTERSWIJK – Hoe het is geconstateerd is onbekend, maar iedereen is het erover eens dat de Olliemölle bij Den Helder het meest gefotografeerde romantische plekje van Winterswijk is. Toch verkeren de korenmolen en de oliemolen al jaren in deplorabele staat.

De waterraderen ontbreken al geruime tijd en de woning bij de oliemolen is ook al jaren weer onbewoond. Maar daar komt nu verandering in. “Wij verbeteren het peilbeheer en behouden de cultuurhistorie door de renovatie van het monumentale stuw- en watermolencomplex Den Helder”, staat op de affiche langs de Wooldseweg. Er worden op deze prachtige, unieke locatie twee woningen gerealiseerd, die met behoud van het historische beeld voldoen aan de comforteisen van deze tijd. De restauratie zal naar verwachting een week vóór het Volksfeest door een open huis worden afgerond volgens de nieuwe eigenaar Hans Jansen.

Historie komt tot leven
Jansen geeft met plezier een korte rondleiding door de gebouwen en weet ook over de geschiedenis het een en ander te vertellen. Zo werd er vroeger achter het waterrad gezwommen. Daartoe werden stroomafwaarts planken tussen twee stalen palen geplaatst om een stuw te vormen en zo een zwemvijver te creëren. Honderd meter stroomafwaarts van de molens zijn de palen nog te vinden. Omdat de brug over de Boven-Slinge deel uitmaakte van de openbare weg, werd er -om geen aanstoot te geven- tussen de twee molens een zeil gespannen om de zwemmers aan het oog te onttrekken. Deze zwemmogelijkheid wordt in het nieuwe concept ook ingebouwd. Achter de nieuwe raderen wordt het 1,65 meter diep en er is inmiddels achter de woning van de Olliemölle nog een nieuw gebouwtje geplaatst voor de toekomstige bewoners; er komt een steigertje en zo komt de historie weer tot leven. Een omloop rond de woningen zorgt ervoor, dat de toekomstige bewoners goed zicht kunnen hebben op de waterraderen en een prachtig uitzicht op de wegstromende beek.
Door diverse verbouwingen in het verleden en verwoesting door de oorlog is eigenlijk alleen het gebint nog van bouwkundige waarde. Geen deur was hetzelfde. Ze zijn nu vervangen door eikenhouten deuren. Bouwtechnisch adviseur Wim Wieskamp begeleidt de restauratie vanuit de Monumentencommissie; soms vindt Jansen iets niet mooi en wordt de bouw in samenspraak aangepast.

Maar alles draait natuurlijk om de molens. De vroegere Olliemölle wordt in ere hersteld en er komt een nieuw houten rad. Helaas was er van het binnenwerk zo weinig over, dat het rad alleen draait voor het historisch beeld of, zoals Jansen het noemt: ‘voor de gezelligheid’. Anders is het gesteld met de vroegere korenmolen. Hier komt een stalen rad, een zogenaamd Poncelet-rad, dat elektriciteit gaat opwekken. De molen gaat het nabijgelegen restaurant De Gulle Waard van stroom voorzien. Aan de buitenkant komt een tellertje, zodat bezoekers kunnen zien hoeveel stroom wordt opgewekt. Hoewel de molen al in geschriften uit 1303 wordt vermeld, is voor de historische beeldvorming de periode rond 1880 gebruikt. Molenaar Hendrik Jan Helder was in die tijd werkzaam in de korenmolen (1860-1893); het complex is sinds die tijd naar hem vernoemd. Aan de uitgesleten balken is nog de plek te zien, waar de zakken graan via een ketting naar boven werden gehesen. De oliemolen aan de linkeroever verwerkte zaden tot oliën voor de consumptie, maar werd later een timmermanswerkplaats en nog later een ijssalon. De meest recente jaren was dit gebouw als woonhuis in gebruik.
Voor uitvoerder Rob te Selle is het vakwerkgebinte een uitdaging. “Je moet bij het stuken met de lijnen van het gebouw meegaan en dat is niet altijd strak verticaal of horizontaal. Vloeren moeten natuurlijk wel vlak zijn. Overigens is er vloerverwarming op gas en is het isolatiemateriaal wel 15 cm dik.”

Fotoreportage
Het originele gebinte blijft bestaan, maar veel zal er niet meer van te zien zijn als de goed geïsoleerde woningen worden opgeleverd. Fotograaf Hans Hendriks heeft de opdracht het restauratie-proces van begin tot eind in beeld vast te leggen. Het verborgene blijft dus wel te zien, al is het dan op foto’s.
Om het gebruikte hout te dateren wordt dendro-genealogisch onderzoek verricht. Voor het Waterschap heeft Hendriks een soortgelijke opdracht wat betreft de Olliemölle en de stroomafwaarts nabij gelegen Berenschotmolen. De stuwen bij de beide molens zijn de laatste handbediende exemplaren; ze worden nu automatisch. Tot het zover is oefent Henk den Herder van de Gulle Waard het stuwrecht uit. Door middel van een ketting zorgt hij voor een hoger of lager niveau van de Boven Slinge.

Het BOS-project
Met de restauratie van de Olliemölle zijn straks twee belangrijke parels van het BOS-project verwezenlijkt. BOS staat voor Bleekweide-Olliemölle-Strandbad. De Boven Slinge vormt de verbinding van natuur, cultuur en industrieel erfgoed. Initiator van dit prestigieuze project van de Stichting Erfgoed en Nationaal Landschap Winterswijk is Dirk Willink. In zijn gebiedsvisie verwerkte hij de doelstellingen van het cultuurbeleid van de Provincie, zodat de broodnodige subsidies voor dit miljoenenproject vrij konden komen. In het BOS-project is 8,5 miljoen geïnvesteerd met 3,5 miljoen subsidie. Daarmee heeft Winterswijk binnenkort zijn trekpleister voor de dagrecreatie weer terug.
Ongetwijfeld zullen er dan – nog steeds of opnieuw – vele foto’s worden gemaakt van een prachtig tafereeltje in Winterswijk.