De wieken van de Thornsche Molen draaien weer, voor het eerst in zeventig jaar

LEUTH – Zes eeuwen lang domineerde hij het landschap van de Ooijpolder: de Thornsche Molen. Na de Tweede Wereldoorlog restte er niets meer dan een puinhoop. Nu is de molen na ruim zeventig jaar als een feniks uit de as herrezen. Vrijdagmiddag 20 mei draaiden de nieuwe wieken voor het eerst.

‘We zetten hem aan. Een molen zet je aan.’ Woorden van molenaar Jan Meurs tegen één van z’n collega molenaars terwijl hij naar het touw loopt om de vang te lichten. En alsof de molen nooit weg is geweest zetten de wieken zich in beweging zoals de Thornsche molen dat eeuwenlang heeft gedaan.

Branden, overstromingen, oorlogen. Van alles heeft de Thornsche Molen overleefd. Maar de molen werd kapot geschoten tijdens de hevige gevechten tussen de Duitsers en de geallieerden in september 1944 . De Thornsche molen bestond sindsdien enkel nog in herinneringen. Het kostte ruim een miljoen euro, maar na ruim zeven decennia draaien de wieken weer.

Tien jaar keihard werken
‘Hij trekt mooi aan, ja.’ Molenaar Meur en zijn collega kijken instemmend naar de wieken die door het luchtruim van de Ooijpolder klieven. Molenbouwer Peter Coppes heeft voor de gelegenheid een paar zakken graan meegenomen. De aanwezigen laten het versgemalen meel met een strenge keurmeestersblik door hun vingers glijden. Goedgekeurd.

‘Tien jaar keihard werken, maar hij staat er en hij draait!’, jubelt Henny Driessen. Hij is voorzitter van de Stichting Thornsche Molen die met man en macht heeft geprobeerd om de Ooijpolder en haar inwoners hun verloren molen terug te geven.

De Thornsche Molen lijkt er zelf ook zin in te hebben en draait lekker op de wind. ‘Ja, ja, ja, ja! Hij draait door!’, grijnzen de molenaars. Driessen kan niet stoppen met kijken naar de wieken. ‘Het is geweldig! Echt! Het is geweldig!’, lacht hij.

Cornielje komt de vang lichten
Op 15 juli mag Commissaris van de Koning Clemens Cornielje de molen officieel in gebruik nemen. ‘Met een beetje hulp. Hij trekt normaal ook al aan de touwtjes dus dit touw moet ook lukken’, grappen de molenaars.

Henny Driessen kan het niet laten een paar voorbij wandelende dames nog even in zijn vreugde te delen: ‘Goedemiddag dames! Geniet even van onze mooie molen hè!?’ En dat doen ze.