Molenaars vragen provincie Zeeland om draaipremie in stand te houden

Vereniging De Zeeuwse Molen vraagt Provinciale Staten de draaipremie in stand te houden.

Molenaars krijgen nu nog een bedrag voor het aantal omwentelingen die de wieken maken. Het dagelijks provinciebestuur wil deze draaipremie volgend jaar afschaffen. Het gaat per molen om relatief kleine bedragen, 50 cent per 300 asomwentelingen. Volgens Corneel Droogers, secretaris van De Zeeuwse Molen, krijgen molenaars jaarlijks tussen de honderd en tweeduizend euro (het maximale bedrag) aan draaipremie. In heel Zeeland zijn nog zo’n 75 draaiende historische molens.

Volgens de provincie staat de administratieve last niet in verhouding tot deze lage subsidiebedragen. De molenvereniging heeft drie jaar geleden aangeboden de administratie van de draaipremie voor haar rekening te nemen, maar op dit aanbod is de provincie tot nu toe niet ingegaan. Ook toen stond de draaipremie ter discussie. Voorzitter Ton Verbree doet in een brief aan Provinciale Staten wederom het voorstel om de uitvoering van de regeling aan zijn vereniging over te laten.

Het niet alleen een kwestie van geld, aldus Verbree: “De regeling werkt een zeker competitiegevoel bij de vrijwillige molenaars in de hand. Het aantal omwentelingen wordt jaarlijks vastgesteld en bekend gemaakt. Men vergelijkt al snel het aantal omwentelingen met de andere molens in de provincie. Een draaiende molen is een verrijking voor het Zeeuwse landschap, ook uit toeristisch standpunt.”

De meeste provincies kennen overigens geen draaipremieregeling meer. Alleen in Zeeland, Zuid-Holland en Gelderland wordt nog een dergelijke premie aan molenaars verstrekt.