In Memoriam Piet Meulendijks

Piet Meulendijks, de molenaar van molen “De Volksvriend” in Liessel, die grote, sterke, rustige, maar vooral ook vriendelijke en bescheiden man is op maandag 11 april jongstleden heen gegaan. Piet overleed tamelijk onverwacht in het ziekenhuis van Geldrop, nadat een zwaar griepvirus en een longontsteking hem overwonnen hadden.

Piet MeulendijksMijn eerste kennismaking met Piet vond ergens rond 1985 plaats. Hij kwam als leerling naar de molen, het was zelfs mijn eerste leerling die ik als vers benoemd instructeur op de molen ontving. Ik maakte kennis met iemand die notabene 20 jaar ouder was dan ik zelf en die al duidelijk meer praktische ervaring met molens had dan ik. Voor mij was dit als beginnend molenaar een ietwat vreemde situatie, maar al gauw voelde de samenwerking tussen ons heel vertrouwd. Het was altijd een plezier om met Piet samen te mogen werken en al gauw durfde ik dan ook met een gerust hart de molen aan hem over te laten, ook als ik zelf niet aanwezig was. Ik vond het dan ook jammer, dat hij na enkele jaren vertrok om, na zijn molenaarsdiploma behaald te hebben, als zelfstandig molenaar aan de slag te gaan. Graag had ik hem als tweede molenaar aangesteld op mijn molen. Later heeft hij, als ik zelf verhinderd was, regelmatig rondleidingen op mijn molen verzorgd. Je hoefde maar te kikken en Piet stond voor je klaar.

Ook binnen de Peellandse Molenstichting was hij van grote waarde: ongeveer 20 jaar lang was hij een zeer gewaardeerd bestuurslid, dat zich nooit op de voorgrond plaatste, maar wel zijn mening gaf als hij dat nodig vond, als Piet sprak werd er geluisterd. Nadat hij in 2011 als bestuurslid stopte, verzorgde hij altijd nog de verzending van het Peellands Molennieuws via het bedrijf waar hij vroeger werkte.

Piet was een hartelijk, warm en behulpzaam persoon. Daarom was het dan ook een genoegen om er in september 2008 voor te zorgen dat Piet op die bewuste dag, compleet met stropdas en al, klaarstond bij mijn molen. Hij dacht een belangrijk gezelschap te gaan verwelkomen, maar in werkelijkheid was hij zelf de hoofdpersoon en mocht hij een Koninklijke onderscheiding ontvangen uit handen van de burgemeester. Groot was zijn verbazing en uiteraard vond hij zelf in al zijn bescheidenheid, dat hij dit niet verdiende.

In december 2005 schreef ik voor het Peellands Molennieuws een artikel waaruit hierna een gedeelte wordt weergegeven. In dit artikel vertelt Piet over zijn eigen leven.

“Eerst worden de zakken tarwemeel die ik bij me heb gelost en een nieuwe lading tarwe op de aanhanger geladen, om vervolgens de steile trap naar de meelzolder op te gaan. Bij de warme kachel van De Volksvriend staat de koffie met speculaas al klaar.

Dan begint Piet te vertellen: over zijn jeugd en over zijn eerste ervaringen met het malen van graan, lang voor hij ooit kon vermoeden dat hij later in zijn leven nog als mulder op een echte windmolen terecht zou komen.

Hij vertelt dat hij geboren is op 2 juni 1933 op “Den Heindert” in Asten, maar al vroeg verhuisde naar Vosselen, een ander buurtschap, waar zijn vader een boerenbedrijfje had met vier hectare grond. Als kind van een jaar of twaalf was Piet al vroeg bekend met het malen van graan. Zijn vader had namelijk naast zijn bezigheden op de boerderij ook nog een baan bij de Boerenbond. Daar moest Piet op woensdagmiddag al regelmatig gaan malen met een hamermolen. Hij was namelijk nogal groot voor zijn leeftijd en regelmatig werden er zulk soort moeilijke zaken van hem gevraagd.

In die tijd was er voor de kinderen van een boer eigenlijk al nauwelijks meer toekomst binnen het eigen boerenbedrijf, daarom ging Piet werken bij het veevoederbedrijf van Koudijs in Someren. Daar lieten veel boeren in die tijd hun zelf verbouwde rogge malen. Dit malen gebeurde uiteraard met behulp van een hamermolen. Sommige boeren vonden het meel van zo’n molen echter veel te grof. “Als de koeien er hun neus in steken lusten ze het al niet meer”, zeiden ze dan. “Maal die rog van mij nou eens op de stenen van de molen”, vroegen ze dan.

Fons Verheyen, de molenaar van Milheeze, ving dit op en besloot Piet in te wijden in de geheimen van het malen met wind en stenen. De standerdmolen van Someren, die toen nog op Sluis XI stond naast de pakhuizen van Koudijs, was al enkele jaren niet meer in gebruik, maar wel nog geheel maalvaardig. Hij had zelfs nog zeilen op zijn roeden hangen. Onder het toeziende oog van Fons werden de stenen gebild en al gauw maakte de molen weer zijn eerste omwentelingen om af en toe eens een paar zakken rogge te malen voor de klanten van de firma Koudijs. Tien jaar lang heeft Piet daar gewerkt om zich, als de baas het toeliet, de wieken van de molen in beweging te zetten en te malen voor de boeren die er om vroegen.

In de jaren daarna, toen hij inmiddels ergens anders werkzaam was, bleef hij contact houden met de familie Verheyen. Zo werd hij bijvoorbeeld regelmatig gevraagd als de zomerzeilen vervangen moesten worden door de winterzeilen. Al die tijd bleef hij dus steeds min of meer in contact met de molenwereld.

Toen de Peellandse Molenstichting via een artikel in een van de regionale bladen probeerde mensen te vinden die belangstelling hadden voor een opleiding tot vrijwillig molenaar, begon bij Piet dan ook meteen het molenaarsbloed weer te bruisen. Hij hoefde na het lezen van dit bericht geen twee keer na te denken: hij meldde zich meteen aan. Hij begon zijn “tweede carrière” als molenaar bij Joep Coppens in Vlierden en ging daarna achtereenvolgens naar de molens van Roggel en Asten om in oktober 1987 in Heusden op de molen van Kees Fitters zijn examen met goed gevolg af te leggen. In de jaren die volgden reisde hij een hele poos als “hegmulder” tussen Someren,. Asten en Milheeze heen en weer, maar toen hij op een gegeven moment gevraagd werd als vaste mulder voor de molen van de Zeilberg werd de “Marie-Antoinette” zes jaar lang zijn onderdak. Samen met Toon Diepenbroek hield hij met veel enthousiasme de molen draaiend.

Toen Cor Rakels, de mulder van Liessel, ziek werd en er aan Piet gevraagd werd om daar een oogje in het zeil te houden, betekende dat meteen de eerste kennismaking met zijn huidige molen.

Ondertussen stierf in 1985 Fons Verheyen. Deze vroeg op zijn sterfbed aan een van zijn naaste familieleden om de molen in de rouw te laten zetten door Piet. Tijdens deze bezigheid vroeg de zoon van Fons aan Piet of deze hem de kneepjes van het molenaars vak bij wilde brengen, dit wilde Piet met plezier doen. Zo kan men Piet dus vrijwel elke dinsdag ook nog aantreffen op de molen van Milheeze.

Begin 1996 werd Piet “officieel” benoemd tot molenaar in Liessel, omdat Cor Rakels inmiddels door zijn ziekte niet meer in staat was de molen nog te onderhouden. Volgend jaar viert Piet dus zijn 10 jarige jubileum als molenaar van de Volksvriend in Liessel. Elke zaterdag en elke donderdag is hij daar te vinden en altijd is men daar van harte welkom en altijd staat daar de koffie klaar”.

En na dit interview van dik tien jaar geleden bleef altijd die koffie klaar staan: iedereen die de molen bezocht, kon verzekerd zijn van een warm en hartelijk welkom. Molenaar Piet Meulendijks zorgde bijzonder goed voor zijn molen, maar had daarnaast vooral ook voor oog voor de mens in zijn omgeving.

Wij wensen de familie, vrienden en bekenden veel sterkte bij dit verlies.

Ook wij zullen je missen Piet, als collega-molenaar maar zeker ook als vriend.

Een goede reis gewenst, met een straffe maalwind in de zeilen!

Namens het bestuur van de Peellandse Molenstichting:

Geert van Stekelenburg