Jubileum molenaar Etersheimer braakmolen Frans Kroon

Hij mag zich meestermolenaar noemen, maar is meer van het bescheiden soort. Frans Kroon (57) vierde in februari zijn 12,5 jubileum als vrijwillig molenaar van de prachtig gerestaureerde Etersheimer braakmolen. “Deze molen heeft een makkelijk karakter. Hij draait bijna altijd, ongeacht de hoeveelheid wind.”

Op zijn veertiende mocht hij al zelfstandig de Schiedamse De Vrijheid laten draaien, ook al was hij nog te jong voor het examen van ’t Gilde van Vrijwillige Molenaars. Frans: “Vanaf mijn elfde was ik elk vrij uur bij een molen te vinden. Ik woonde in Schiedam waar een aantal mooie molens met stenen molenromp staan, zogenoemde buitenkruiers. Heel anders dan deze poldermolen die een typisch Noord-Hollandse binnenkruier is. Het verschil zit ‘m in de bediening.” Frans leerde het vak in de praktijk door ervaren molenaars te assisteren. “Zij gaven me een allround opleiding, waardoor ik in 1980 beroepsmolenaar kon worden op een graanmolen. Het kon er verschrikkelijk koud zijn, want de kap is onverwarmd en vol in de wind, maar het was prachtig om te doen. Ik heb het vijftien jaar gedaan.”

Nadat ie als NS-conducteur naar Purmerend verhuisde en op zijn eerste rit naar Enkhuizen de Etersheimer braakmolen zag liggen was hij direct verkocht. Frans: “Ik dacht, jeetje, wat staat die molen er mooi bij. Zo open in de polder en vlakbij het IJsselmeer. Op de Nationale Molendag van 2005, daags na de officiële opening na zijn restauratie, ben ik gaan kijken. Het bestuur zocht nog een molenaar, had ik tot mijn vreugde gezien. Bestuurslid en molenaar Bart Slooten leerde me de specifieke kneepjes van deze, voor mij, kleine molen en halverwege de instructie zei hij: Nu is ie van jou! Hij vertrouwde me. Na een half jaar kreeg ik de sleutel. Hij wist: dit is een blijvertje.”

Varkensreuzel
Frans: “Als mijn wederhelft naar het werk is, ga ik naar de molen. Soms lukt dat een paar dagen achter elkaar en nu ik een dag minder werk sowieso elke week. Hier vind ik rust. Het geluid van het draaien vind ik heerlijk. Ja, hij moet en zal draaien, daar is ie voor. Altijd ga ik naar boven om uit te kijken over de omgeving. Alleen de molen in Schellinkhout kan ik vanaf hier zien. Ben toch altijd benieuwd of andere molens ook draaien.”

“Wist je trouwens dat een draaiende molen tien keer zo weinig onderhoud vraagt als een stilstaande molen? Elke keer controleer je als molenaar namelijk altijd alles, elke keer beetje varkensreuzel bij de molenas. Zo voorkom je dat onderdelen echt kapot gaan. In deze poldermolen is heel goed te zien hoe de grote houten vijzel het polderwater 2.30 meter omhoog de polder Zeevang inbrengt. Een knap terugwerksysteem zorgt ervoor dat het zichzelf reguleert.” Enthousiast staat ie op: “Kom, dan laat ik het je zien.”

Foto: Etersheimer braakmolen