Hans Oele van de Huijberger Molen

“Er komt een dag dat 25 kilo koren te zwaar voor me gaat wegen”

Voor zijn jarenlange inzet als vrijwillig molenaar kreeg Hans Oele (76) op zondag 15 mei, landelijke molendag, een koninklijke onderscheiding. De gedreven molenaar denkt voorlopig niet aan stoppen maar maakt zich wel zorgen over het tekort aan opvolgers.

Steevast komt Oele zondagsmiddags naar de Huijbergse korenmolen aan de Bergsestraat. Hij miste in de afgelopen 29 jaar als vrijwillig molenaar bijna nooit een middag bij molen Johanna, want hij is geen vakantiemens. “Vakantie boeit me echt niets, ik blijf liever gewoon hier.” Toen hij op landelijke molendag vanuit zijn woonplaats Hoogerheide naar de molen fietste vond hij het al verdacht dat zijn vrouw met hem meefietste.”Soms komt mijn vrouw langs op de fiets, en na een praatje fietst ze weer verder. Deze zondag was het anders want ze fietste gelijk met me mee. Toen we bij de molen aangekomen waren zag ik de burgemeester aan komen lopen met een bos bloemen. Toen kreeg ik wel het vermoeden dat er echt wat aan de hand was. Wat volgde was een toespraak en een koninklijk onderscheiding. Dat vond ik toch wel een aangename verrassing, ik voel me zeer vereerd.”

Al op jonge leeftijd had Oele speciale aandacht voor molens. Toen hij op 47-jarige leeftijd mensen aan het werk zag bij de Huijbergse molen besloot hij een praatje te maken. “Er waren twee dames bij de molen bezig. Zij verwezen me door naar molenaar Bram Pleging in Bergen op Zoom. Bram heeft mij in twee jaar de kneepjes van het vak geleerd. Na mijn opleiding ging ik aan de slag in de molen in Huijbergen en een kleinere houten molen in Kruiningen.” Tot op de dag van vandaag gaat de molenaar zaterdags naar de molen in Kruiningen en zondags naar de molen in Huijbergen. Hij combineerde dit tot zijn pensioen met zijn baan als technicus op vliegbasis Woensdrecht.

Iedere zondagmiddag is molen Johanna open voor publiek. Oele zet de molen in gang, maakt schoon en ontvangt de gasten. “Als het even kan ga ik koren malen, dat is mijn favoriete bezigheid. Het voelt toch als samenwerken met zo’n imposant bouwwerk. Het mooiste is dat ik de nostalgie kan terughalen en dat ik de bezoekers kan laten zien hoe het vroeger was.”

Het meel verkoopt Oele in zakken van 25 kilogram aan bakkerij Wilbrink in Hoogerheide, die er op zijn beurt molenbroodjes van maakt. De molenaar weet als geen ander dat het meel dat hij maakt geen commercieel product is. “Ik was een keer naar bakkerij Wilbrink in Hoogerheide om twee zakjes volkorenmeel te brengen. Ik liep met een zak op mijn schouder langs een grote tankwagen. De chauffeur van die wagen vroeg aan mij wat ik kwam doen. Toen ik vertelde dat ik volkorenmeel kwam brengen voor de bakker zei hij: ‘ja ik ook, tien kuub’. Dat geeft het verschil wel aan he? De meelfabrieken malen voor een paar cent per kilogram, daar kan een molen niet tegenop.”

Hoewel met molens vroeger geld werd verdiend, kosten molens tegenwoordig alleen nog maar geld. De gemeente Woensdrecht draait op voor de jaarlijkse kosten van gemiddeld vijfduizend euro. “Maar ze betalen zonder meer. Ze hebben echt een molenhart hier in de gemeente. Ik hoef maar te kikken en ze komen. Een plankje vernieuwen dat kan ik zelf wel, maar als er echt intensief onderhoud plaats moet vinden dan heb je een gespecialiseerde molenmaker nodig. En die komt natuurlijk niet voor niks. John de Jong is een hele vakbekwame molenmaker uit Velthoven die hier regelmatig wat doet. Hij heeft oog voor de oude stijl van de molen. Dat vind ik heel belangrijk. Als het enigszins kan laat hij oude planken liggen.” Het moderne, witgelakte voordeurslot dat de gemeente op de toegangsdeur van de molen liet zetten is voor de molenaar dan ook een doorn in het oog. Liever had hij het oude slot gerestaureerd.

Om de maalinrichting in werking te zetten zorgt de molenaar dat de wieken goed in de wind staan. Is er geen wind, dan kunnen de zware maalstenen ook in beweging worden gebracht met een oud scheepsmotor die in de molen staat. “Die start ik wel eens, maar het drijfwerk naar de maalstenen heb ik tot nu toe nog nooit gebruikt. De oude scheepsmotor maakt driehonderd toeren per minuut en maakt daardoor een mooi zwaar geluid. Als ik ‘m start komen er vaste roetdelen uit. Hij maakt zoveel geweld en vervuiling, dat ik ‘m liever niet gebruik. Ik wil zeker geen overlast veroorzaken want de molen moet draaien op enthousiasme van de dorpelingen. Nu zijn de dorpelingen nog enthousiast, en dat wil ik zo houden.”

Met het enthousiasme van Oele zit het ook wel goed. Na bijna dertig jaar denkt hij nog niet aan stoppen. Wel maakt hij zich zorgen over de schaarste aan opvolgers. “Ik ben realistisch genoeg om te weten dat er een dag komt dat die zak 25 kilo koren te zwaar voor me gaat wegen. Dan zal een ander het op moeten pakken. Er zijn veel te weinig mensen die het over kunnen nemen.

Jonge kerels hebben er tegenwoordig geen zin of tijd voor volgens mij. Het is toch prachtig dan je met zo’n molen om kan en mag gaan? Het is echt een kick en een uitdaging, maar ja zo kijk ik er tegenaan. Ze hebben het veel te druk met hun iPhones.”